HOLLY SHORT
De trol bevond zich recht onder haar – hij beukte tegen de buitenkant van de stadsmuur, die onder zijn machtige klauwen in brokken uit elkaar viel. Holly smoorde een geschrokken kreet. Wat een monster! Zo groot als een olifant en wel tien keer zo gemeen. Maar dit beest was nog gevaarlijker – hij was bang.
‘Centrale,’ zei Holly in haar microfoon. ‘De vluchteling is gevonden. Uiterst kritieke situatie.’
Root kwam zelf aan de andere kant van de lijn. ‘Verklaar je nader, kapitein.’
Holly richtte haar videoverbinding op de trol. ‘De vluchteling gaat de stadsmuur door. Confrontatie op handen. Hoe ver weg is Beveiliging?’
‘Geschatte aankomsttijd: minimaal over vijf minuten. We zitten nog in de shuttle.’
Holly beet op haar lip. Zat Root in de shuttle? ‘Dat is te lang, commandant. Over tien seconden gaat deze hele stad de lucht in. Ik ga naar binnen.’
‘Verboden, Holly – kapitein Short, je hebt geen uitnodiging. Je kent de wet. Blijf in positie.’
‘Maar, commandant…’
Root onderbrak haar. ‘Nee, geen gemaar, kapitein. Blijf op afstand. Dat is een bevel!’
Holly’s hele lichaam bonkte als één hartslag. Benzinedampen verwarden haar geest. Wat moest ze doen? Wat was de juiste beslissing? Levens of bevelen?
Toen brak de trol door de muur heen en een kinderstem scheurde de nacht uiteen.
‘Aiuto!’ schreeuwde die stem.
Help. Een uitnodiging. Met een beetje goeie wil.
‘Het spijt me, commandant. De trol wordt gek van het licht, en er zijn kinderen in het spel.’
Ze kon zich wel voorstellen hoe Roots gezicht er nu uitzag, terwijl hij paars van woede in de microfoon stond te blaffen. ‘Ik neem je je strepen af, Short! De komende honderd jaar werk je bij de rioleringen!’
Maar het was te laat – Holly had haar microfoon afgezet en vloog achter de trol aan.
zet je klok er op gelijk. Het aftellen is voor de verschijning van de nieuwste Artemis Fowl is begonnen. De verloren kolonie komt uit op 7 mei 2007 om 0 uur 00.












