Interview

Waarom wilde je schrijver worden?
Dat is een interessante vraag. Het was eigenlijk geen bewuste keuze. I heb nooit besloten om schrijver te worden, verhalen schrijven was gewoon iets wat ik deed. Ik denk dat het een beetje is zoals voerballer of danser zijn: dat doe je omdat het een grote aantrekkingskracht op je heeft. Ik begon met schrijven toen ik nog zo jong was dat het nog niet in me op kwam om te zeggen dat ik schrijver wilde worden. Toen ik achttien was besefte ik dat er ook mensen waren die hun brood verdienden met schrijven. Lange tijd had ik het niet in me om schrijver te worden, maar ik gaf niet op en bleef oefenen.

Moedigde je familie je aan om schrijver te worden?
Ja, niet zo zeer om schrijver te worden, maar ze moedigden me wel aan om te doen wat ik leuk vond. Mijn vader is historicus en schrijft geschiedenisboeken, mijn moeder is dramadocente en schrijft toneelstukken, dus alles wat te maken had met schrijven of met kunst werd aangemoedigd. Toen ik jong was dacht ik dat iedereen net als ik elke dag naar de bibliohteek ging en dat iedereen tijdens uitstapjes oude kastelen ging bekijken – dat was voor mij heel normaal. Dus toen ik vertelde dat ik een boek geschreven had, was iedereen opgetogen, maar niemand was echt verbaasd.

Hoe lang deed je over het schrijven van je eerste boek?
Het schrijven van mijn eerste boek kostte me veel tijd, omdat ik nog geen schrijfervaring had. Over mijn eerste boek, Benny & Omar, heb ik anderhalf jaar gedaan.

Hoeveel boeken heb je geschreven?
Ik heb er inmiddels twaalf geschreven. Ik zou graag net als Roald Dahl of Enid Blyton veertig tot vijftig boeken willen schrijven.Het lijkt me fantastisch om zo veel boeken op je naam te hebben staan. Ik hoop er ieder jaar één te schrijven.

Welke van die twaalf boeken is je lievelingsboek?
Dat is een erg moeilijke vraag. Verschillende boeken zijn me erg dierbaar, om verschillende redenen. Er is geen bepaald boek favoriet. Benny & Omar heeft voor mij een bijzondere betekenis omdat dit het eerste boek is dat van me werd uitgegeven. De wenslijst vind ik speciaal omdat ik altijd een boek heb willen schrijven over geesten. De kleine prentenboekjes zijn me erg dierbaar omdat ik ze voor mijn zoon schreef. Het tweede boek over Artemis is een van mijn favorieten omdat dit het eerste boek is waarbij ik het gevoel had dat ik de juiste toon te pakken had. En met mijn nieuwe boek ben ik heel content omdat... het nog zo mooi glimt!

Maak je voor je verhalen gebruik van gebeurtenissen uit het echte leven?
Ja, vrij vaak. Er wordt gezegt dat dat niet kan, omdat mijn personages vaak fantasiefiguren zijn of bijzonder excentriek, maar als je de personages ontdoet van alle magie, elfenkracht en overbodige versierselen, dan houd je karakters over. Ik denk dat dat voor de meeste boeken geldt. In de kern van het boek kom je mensen tegen, en als die mensen niet overtuigend zijn, dan vindt niemand het boek interessant en wordt het niet gelezen.

Hoe kwam je erop om de elfen neer te zetten alsof ze afkomstig zijn uit een Amerikaanse politieserie?

Toen ik klein was mochten we opblijven en twee televisieprogramma's kijken die tot na negen uur duurden. Het ene programma was Roots en het andere was een politieserie, Hill Street Blues, de eerste realistische politieserie waarin agenten niet werden neergezet als superhelden, maar als echte mensen. Ik vond dat een geweldige serie omdat ik me heel volwassen voelde als ik ernaar keek. Het had een grote invloed op me. Ik dacht: zou het niet komisch zijn als elfen zich zouden gedragen als deze agenten en net zulke stoere taal zouden bezigen?! Over het algemeen zijn elfen in de Ierse literatuur niet erg ontwikkeld, ze dolen een beetje rond achter in de tuin en brengen zo nu en dan een wens in vervulling. Ik bedacht dat er veel meer gaande moest zijn.

Click here to go to the shop.

          zet je klok er op gelijk. Het aftellen is voor de verschijning van de nieuwste Artemis Fowl is begonnen. De verloren kolonie komt uit op 7 mei 2007 om 0 uur 00.

Holly... Butler... Artemis... Vote for your favourite
Meet the biographer. Eoin Colfer... in his own words